Bureau Brekelmans >> PrO Uitstroommonitor

DOORSTROOM NAAR MBO VERDER GESTEGEN

Een steeds groter deel van de Amsterdamse praktijkonderwijs-leerlingen kiest, na afronding van hun PrO-opleiding, voor een overstap naar het Mbo. Dat blijkt uit de Amsterdamse PrO-Uitstroom monitor.

 

Bestemming
05-06
06-07
07-08
08-09
Mbo BBL
16,5
26,8
18,5
14,9
Mbo BOL
33,0
39,8
40,6
60,2
Mbo BBL/BOL
49,5%
66,6%
59,1%
75,1%
arbeidstraining
4,4
6,4
5,1
4,5
arbeid
14,7
10,4
9,6
9,3
overig arbeid + opleiding
0,3
0,6
0,4
arbeid
19,1%
17,0%
15,3%
14,2%
overig onderwijs
0,7%
3,3%
2,6%
2,6%
geen werk, geen opleiding
5,5%
5,7%
6,7%
4,1%
verhuisd
3,7
2,3
3,5
0,7
onbekend
21,6
5,0
12,8
3,3
verhuisd/onbekend
25,3%
7,4%
16,3%
4,1%
totaal
100%
100%
100%
100%

De doorstroom naar het Mbo is gestegen van bijna 50% in 2006/07 tot 75% in 2008/09. Circa 15% van de PrO-schoolverlaters stroomt door naar arbeid of arbeidtraining. Sinds 2006/07 monitoren de Amsterdamse PrO-scholen de uitstroombestemming en de loopbaan van hun schoolverlaters.

Vier jaar geleden stroomde 1/3 deel van de PrO-uitstromers door naar een BOL-opleiding en 1/6 deel naar een BBL. Het aandeel BOL-deelnemers is inmiddels gestegen naar 60%. Nog eens 15% van de PrO-schoolverlaters kiest voor de combinatie arbeid en BBL-opleiding. Zo komt in het laatste schooljaar de uitstroom naar het Mbo uit op 75%. Ondertussen daalt van jaar tot jaar het percentage leerlingen dat direct doorstroomt naar de arbeidsmarkt. Een deel van hen is aangewezen op een arbeidstrainings- of -toeleidingstraject.

Helaas blijven er elk jaar enige leerlingen zonder werk of opleiding. Het percentage varieert tussen de 4% en 7%. Het is een kleine groep die desalniettemin de aandacht vraagt van de PrO-scholen.

De PrO-scholen lijken steeds beter in staat de uitstroombestemming van hun leerlingen te monitoren. De ‘onbekende uitstroom’ is in vergelijking tot voorgaande jaren sterk geslonken.